Adam & Eva en het milieu

De mens verkeert in de overtuiging dat de hemel of ‘het paradijs’ niet bestaat of dat het iets anders is dan hijzelf. In het gunstige geval noemt hij het ‘de natuur’, ‘de aarde’ of ‘het milieu’. Zolang de mens er nog van overtuigd is dat ‘de natuur’, ‘de aarde’ of ‘het milieu’ dingen zijn die gered moeten worden, blijft de voorstelling van zaken die de basis van het probleem vormt intact, namelijk dat ‘de natuur’, ‘de aarde’ of ‘het milieu’ andere dingen zijn dan hij. Zolang we niet (h)erkennen dat die ‘natuur’ ons beheert ipv andersom, is er nog geen stap de goede richting op gezet. Zolang we niet (h)erkennen dat het paradijs ons beheert, zullen we het niet ervaren en buiten onszelf zoeken.

Een praktische manier om onze westerse levensstijl eens voorzichtig onder ogen te zien is door het stellen van de vraag: wat heeft een mens nodig om gelukkig te zijn? Dat zou nog eens een mooie vraag zijn voor onze volksvertegenwoordigers in Den Haag. Wat zou je allemaal kunnen missen zonder wezenlijk ongelukkig te worden?

Jee. Dan valt er een hoop af. En die dingen waarmee je zonder kan… is dat een milieuramp waard? De vrije markt, is die een milieuramp waard? Is het ‘redden van het milieu’ überhaupt wel economisch haalbaar?

Volgens Maslow bestaan de menselijke basisbehoeften uit 1- fysieke basisbehoeften (eten, drinken, ademhaling, kleding, onderdak, beweging en seks) 2- Bestaanszekerheid (behoefte aan lichamelijke veiligheid) 3- Sociale behoefte (er bij horen, saamhorigheid, liefde) 4- Erkenning (zelf-imago, reputatie, eigendunk, zelfrespect) 5- Zelfactualisatie (zelfverwezenlijking, doen wat je roeping is) en 6- Transcendentale behoeften (De behoefte tot spirituele waarheid).

Nu kan het aan mij liggen maar in geen van deze behoeften zijn we op enigerlei wijze afhankelijk van snelwegen, fabrieken, supermarkten, computers etc. Het is eerder andersom: onze kunstmatige manier van leven brengt de vervulling van deze menselijke behoeften juist in toenemende mate in gevaar.

 
‘DE VERLICHTING’

Achter de façade van ons ‘milieuprobleem’ schuilt het menselijk verstand. Dat verstand speelt de mens al eeuwen parten want het veroorzaakt een soort illusionair zelfbeeld: het ego, op basis waarvan de wereld wordt ervaren. Dat ego is een onuitputtelijke bron van onbehagen. Het is nooit tevreden en voelt zich altijd bedreigd of tekortgedaan. Het is een beetje een groot, gekwetst kind. Het deelt de wereld op in gewenst en ongewenst en probeert vervolgens al het ongewenste te elimineren.

Onze huidige technologische wereld is het gevolg van de manier waarop ons ego de werkelijkheid beleeft. De wereld van elektronica, beton, asfalt en plastic is het tastbare bewijs van ons onvermogen om gelukkig te zijn met wat gegeven is. We zijn niet meer onder de indruk van ‘Gods schepping’ we bouwen er gewoon een snelweg doorheen! ‘Fuck gods schepping!’ noemen we ‘verlichting’.

Verlichting betekent in Azië dat het individu verlost wordt van het ego. Door het ego te zien lost het op in de waarheid van ‘God’. In het Westen wordt met verlichting precies het tegenovergestelde bedoeld: de werkelijkheid wordt alleen nog maar ervaren door het ego. Het bestaan van het goddelijke wordt ontkent en alles wordt alleen nog via het verstand ervaren.

Met de verlichting heeft de westerse mens ‘God’ (de basisbehoefte tot spirituele waarheid) met het badwater weggegooid en nu zit hij met zijn ego opgescheept. Het is niet meer ‘omdat god het wil’ maar ‘Omdat wij het willen’ (het ego het wil). Sinds die veelbezongen verlichting is niets meer heilig. We zijn eindelijk vrij! We worden niet meer gehinderd door ontzag, respect of (zelf)kennis.

Mocht de natuurlijke orde van de christelijke ‘God’ al niet in staat zijn om ons gelukkig te maken, nu blijkt dat onze eigen menselijke orde van het verstand daar evenmin toe in staat is. Wat nu? Demonstreren? Je afval een beetje scheiden? Elektrisch rijden? CO2 belasting? Een ruimer bewustzijn wellicht?

 
BEWUSTZIJN

Bewustzijn is een heel concreet begrip: het is gewoon ‘bewust zijn’: het in bewuste staat zijn van zijn. Er zijn verschillende stadia van menselijk bewustzijn te beginnen met het primitief bewustzijn. Je laat je dan grotendeels leiden door je driften die enigszins in toom worden gehouden door de gangbare omgangsvormen. Wanneer je in dit primitieve bewustzijn verkeert, ben je niet echt in staat tot zelfreflectie met als gevolg dat je werkelijk geen hebt idee waar je mee bezig bent. Verstand speelt nauwelijks een rol en veel meer dan eten, voortplanten en overleven zit er niet voor je in.

Vervolgens heb je het egobewustzijn. Dat is het bewustzijn waar de mensheid momenteel in verkeert. Het ego is aan de macht en bedient zich van het verstand als middel om het ongewenste te elimineren. Het ego dat is je ‘ik’ die dit nu leest. Dat ‘ik’ is zelfblind in die zin dat het niet weet dat er nog een andere manier is om te kijken, dan door de ogen van dat ik. Het ego is een bril die nooit wordt afgezet omdat degene die erdoor kijkt zich nog niet heeft gerealiseerd dat hij een bril op heeft. Er is enige zelfreflectie maar die vindt plaats door het ego zelf: het ik kijkt naar het ik: het verstand kijkt naar zichzelf. In dit egobewustzijn beschouwt het ego zich als een eenheid, afgescheiden van de rest van de wereld die als vijandig wordt ervaren. Het creëert voor zichzelf daarom een kunstmatige wereld waar het hoopt veilig te zijn voor het ongewenste. Het is de artificiële wereld waar we in leven (en waar het ongewenste zich gewoon op andere manieren manifesteert).

De volgende fase van menselijk bewustzijn (die logischerwijs voortkomt uit de vorige) is het ontwaakt bewustzijn of zelfbewustzijn. De mens heeft eindelijk zijn ego ontdekt doordat hij er ‘egoloos’ of zonder oordeel naar is gaan kijken. Hij is getuige geworden van dat ego en daarmee is hij de benauwde bubble waarin hij gevangen zat ontstegen. Het ego wordt vanaf nu vooral waargenomen zonder oordeel en niet meer van binnenuit beleefd. Er wordt niet meer met het verstand naar het ego gekeken (er wordt niet meer geoordeeld) maar vanuit de zuivere ervaring van zijn. Er is geen verschil meer tussen ‘de wereld’ en het zelf: het bewustzijn waarin die wereld zich openbaart. Alles wat aan je verschijnt, manifesteert zich binnen dat ene bewustzijn. Dit next level bewustzijn overstijgt het egobewustzijn totaal. Het ongewenste in de wereld is namelijk alleen maar een probleem voor het ego. Zodra dat ego eenmaal wordt waargenomen (en daardoor buiten spel is gezet als alleenheerser) wordt het ongewenste volledig anders ervaren en verstaan. De mens is zijn ego niet meer maar het bewust zijn waarbinnen het ego zich manifesteert en wordt waargenomen.

 
ADAM & EVA

Het verhaal van de zondeval is een prachtige allegorie voor de westerse mens en zijn ‘verlichting’. In den beginne verkeerden Adam en Eva in het paradijs. Dat paradijs was geen plek maar een bewustzijnstoestand. Ze kenden geen schaamte, simpelweg omdat ze zich ‘van geen kwaad bewust waren’. Daar kwam verandering in na het eten van ‘de appel van de boom van de kennis van goed en kwaad’. Hun ego ontwaakt en daarmee de twijfel, de angst en het verzet. Het begint de wereld op te delen in gewenst en ongewenst; in goed en kwaad. Het is deze verdeeldheid die Adam en Eva uit de natuurlijke eenheid van het paradijs ‘verdrijft’.

Het verhaal van de zondeval kun je ook op jezelf toepassen. Vanaf de geboorte beleef je als kind alles als één totaalervaring. Er is nog geen sprake van een identiteit en daarmee nog geen verschil tussen een ‘ik’ en de rest. Je leeft in de eenheid van het paradijs. Wanneer je ongeveer een jaar oud bent, reageer je op de klanken van je naam en herken je je spiegelbeeld. Op de leeftijd van anderhalf jaar leer je de eerste concrete wilsuiting door ‘nee’ te zeggen. Je begrijpt een verbod en ontwikkelt schaamte bij ongewenst gedrag, kortom: je krijgt kennis van goed en kwaad; je wordt je van kwaad bewust. Het ego is ontwaakt en neemt plaats in de cockpit.

Vanaf dat moment ben je een eenzaam wezen afgescheiden van een vijandige wereld waarin je voortdurend moet vechten om het ongewenste te ontlopen en het gewenste te krijgen. De verdeeldheid is begonnen: je bent ‘uit het paradijs verdreven’ en de verloren staat van eenheid zul je alleen nog door de dood of door geestelijke oefening in bewustzijn kunnen ervaren.

Het is deze innerlijke verdeeldheid die de oorzaak vormt van ons zogenaamde ‘milieuprobleem’. De aarde is geen paradijselijk bewustzijn meer maar een wereld die wordt opgedeeld in een binnen- en een buitenwereld, in goed en kwaad, gewenst en ongewenst. Het ego verklaart de oorlog aan al het ongewenste. Wat het niet ziet is dat het gewenste en het ongewenste deel uitmaken van dezelfde ervaring: van hetzelfde bewustzijn.

Een probleem is een onzichtbaar denkbeeld. Een onzichtbaar denkbeeld kan in de zichtbare wereld niet worden opgelost omdat het zich onafhankelijk van vorm beweegt. Je kunt proberen het probleem in de zichtbare wereld op te lossen maar dan zal het steeds weer een andere vorm aannemen. Het zal zich op een andere wijze, op een andere plek opnieuw manifesteren. Daarom zal iedere oplossing altijd weer nieuwe problemen veroorzaken. Het is een probleem voor het ego, niet voor de wereld. Het probleem als denkbeeld kan alleen in de geest worden opgelost.

 
NOTHING GOOD GETS AWAY

De mens verkeert op aarde in het paradijs. Ervaar het zonlicht dat over het water schittert, de wind die door de bladeren ruist: het is één groot wonderbaarlijk feest. De natuur voorziet ruimschoots in middelen om gelukkig te zijn. Gratis voedsel, water, vruchten, noten, groenten, kruiden, bloemen, velden, bossen, bergen, zeeën, dieren en liefde in overvloed. Niemand die ook maar één formulier hoeft in te vullen. Wanneer de mens zich van zichzelf bewust is en snapt dat de wereld die hij ervaart niet los van hem staat, maar het directe gevolg is van de wijze waarop hij die wereld interpreteert, dan leeft hij gezond, gelukkig en in vrede. Er komen dan nauwelijks ziektes voor en als er wel iemand ziek wordt, dan is er een schat aan kennis en kruiden voorhanden. En anders ga je dood, net als in onze hi-tech samenleving. Alleen in de zelfbewuste samenleving gaat het niet meer om het vermijden van het ongewenste, maar om het bewustzijn waarin dat ongewenste wordt ervaren. Geboorte, leven en dood vinden evengoed plaats.

Vrede mag dan op aarde zijn maar niet in het hoofd. Het ego van de mens ontwaakte en maakte dat hij voortdurend ontevreden was met de situatie waarin hij verkeerde zodat hij voortdurend in verdeeldheid leefde. Zijn verstand hield hem een vals zelfbeeld voor op basis waarvan hij andere mensen naar het leven stond. In plaats van vrede in zichzelf te zoeken, projecteerde hij zijn onrust en onbehagen op de wereld. Als een aap die in zijn spiegelbeeld een andere aap ziet en boos wordt.

Er is niets tegen het verstand. Het verstand is een prachtige tool om te denken en te praten en duizenden fantastische zaken te verwezenlijken waaronder zelfbewustzijn. Er is alleen iets tegen het ongeziene verstand: het angstige ego dat ‘God’ van de troon heeft gestoten en nu denkt te heersen over het illusionaire goed en kwaad. Wanneer de mens zijn ego niet zou ontdekken en de wereld enkel door het verstand zou blijven ervaren, dan zou hij steeds verder uit het paradijs worden verdreven; het paradijs dat zich hier en nu, recht onder zijn neus bevindt. Het paradijs zou steeds verder afbrokkelen. Door de huidige transformatie naar de volgende individuele en collectieve staat van bewustzijn zijn we het echter voorzichtig aan het herontdekken.